Een waaier aan ketels

Een waaier aan ketels

De lage temperatuurketel

Een lage temperatuurketel is een warmtegenerator die zodanig ontworpen of uitgerust is dat de temperatuur van het verwarmingswater kan schommelen tussen 10°C en 75°C. In de praktijk zal de temperatuur echter nooit onder de 25 à 30°C dalen, de waarde waarbij een reële warmteuitwisseling gewaarborgd wordt. Men heeft het dus niet over de temperatuur van de verbrandingsgassen. Dergelijke werking laat toe dat de verwarmingsinstallatie het grootste deel van de stookperiode op een regime van 45 - 55°C werkt. Dit verlaagt de verliezen naar de omgeving en komt uw verbruik ten goede. Wanneer het buiten zeer koud is kan de stookketel uiteraard op hogere temperaturen werken om de toenemende warmteverliezen van de woning te dekken.

De condensatieketel

Bij de verbranding van mazout ontstaat er waterdamp. De vorming van waterdamp onttrekt warmte aan de verbranding. Deze warmte gaat verloren door de schoorsteen. Een deel van deze warmte kan teruggewonnen worden door de verbrandingsgassen te condenseren via een warmtewisselaar. Hierdoor zijn rendementen tot 100% mogelijk. De meeste ketels werken op gewone stookolie. Naast de hogere rendementswinst betekent dit een extra bijdrage voor de bescherming van ons leefmilieu.

De ketel zonder traditionele schoorsteen

Velen denken dat een verwarmingsketel werkende op stookolie steeds een traditionele schoorsteen behoeft. Dit is echter een fout denkbeeld, want er zijn momenteel ketels, zowel vloer- als wandmodellen, die geen schoorsteen nodig hebben om een correcte werking te waarborgen.

De werking van deze ketels verschilt weinig van de werking van een ketel die wel aangesloten wordt op een schoorsteen.
De ketel wordt niet aangesloten op een schoorsteen, maar de afvoer van de verbrandingsgassen gebeurt door een rechtstreekse muurdoorvoer

De branderventilator staat hier zowel in voor de afvoer van de verbrandingsgassen als het aanvoeren van verse lucht. 
Bij de meeste modellen kan de aansluiting zowel concentrisch als parallel. 
Bij een concentrische aansluiting worden de verbrandingsgassen door de binnenste buis afgevoerd en verse lucht door de buitenste buis aangezogen. Deze buitenlucht wordt opgewarmd door de warmere verbrandingsgassen die via de binnenste buis worden afgevoerd. 
De ventilator mag nog steeds de lucht uit de ruimte nemen zoals vroeger. De verbrandingsgassen worden dan nog steeds via een enkelwandige buis afgevoerd.

Zowel muurdoorvoer als dakdoorvoer zijn mogelijk en beiden staan borg voor discretie en een feilloze werking.

Het bestaande schoorsteenkanaal kan dienen om de enkelwandige of concentrische buis naar boven te leiden maar het mag in geen geval gebruikt worden als rechtstreeks afvoerkanaal. De rookgassen die afgevoerd worden, staan immers onder druk. Een bestaand schoorsteenkanaal is echter zelden hermetisch zodat er een groot risico bestaat dat de rookgassen in de woonvertrekken worden geblazen.

De aan- en afvoerbuizen moeten altijd water- en luchtdicht zijn, met dichtingen bestand tegen hoge temperaturen en zwavel.

Stookolieketels zonder schoorsteen leveren niet te onderschatten voordelen:

  • Een geruisloze werking: dankzij een volledig gesloten circuit is er geen lawaai van luchtverplaatsing door de aanzuig van de ventilator of turbulenties in de schouw
  • Plaatsbesparing door de compactheid van de toestellen
  • Een esthetische oplossing voor nieuwbouw
  • Een elegante oplossing voor problemen bij verbouwingen
  • Lage prijs van het afvoerkanaal: een concentrische buis kost tot 10 keer minder dan een goede schouw
  • Het volledige systeem kan door de installateur worden uitgevoerd