Contact Agenda Wedstrijd Search Site Map
Onthaal
News
Premies
Optimaz
Lijsten
Documentatieaanvraag
MazoutExpert
Press Article
Dagprijs BTW incl.
Vanaf 20-11-2008
Normaal< 2000l0.6233
Normaal> 2000l0.5985
Extra< 2000l:0.6317
Extra> 2000l:0.607
Historiek
Print

Kiezen voor verwarming met stookolie doet het broeikaseffect niet verder toenemen

(20.12.2005) Gegevens nieuwe Duitse studie bevestigen deze resultaten.

Een kritische analyse door de universiteit van Luik van de studie van het “Wuppertal Institute” en van het “Max-Planck-Institute” over de bijdrage van Russisch aardgas op het broeikaseffect bevestigt de resultaten van de studie van RDC Environment.

De Duitse onderzoekinstellingen ‘Wuppertal Institute’ en ‘Max-Planck-Institute’ publiceerden op vraag van E.ON Ruhrgas AG (Duitsland) in februari 2005 een studie over de emissies tijdens het internationale transport van Russisch aardgas. Deze emissies zouden minder aanzienlijk zijn dan tot nu toe werd aangenomen. Cedicol, het informatiecentrum voor vloeibare brandstoffen, heeft aan de Universiteit van Luik gevraagd om dit rapport en zijn conclusies te analyseren. Daarnaast vroeg het deze Universiteit ook om na te gaan of de conclusies van de studie van RDC Environment van 2004/2005 over de broeikasimpact van de twee soorten brandstof aangepast moeten worden als de gegevens van deze Duitse studie in rekening worden gebracht.

De impact van de broeikasgassen tijdens de stappen voor de verbranding

De toekomstgerichte studie die door RDC Environment uitgevoerd en door Informazout aangevraagd werd, bestudeerde de energiebalans en de uitstoot van broeikasgassen gedurende de volledige levenscyclus van aardgas en stookolie voor huishoudelijke verwarming. Deze studie bracht de omvang van de uitstoten tijdens de stappen voorafgaand de verbranding in kaart en drukte deze in cijfers uit. Gedurende de volledige levenscyclus bedraagt de uitstoot voor stookolie 14 % en voor aardgas 31 %. Ook wat betreft de benodigde energie om België van deze twee fossiele brandstoffen te voorzien, was het verschil aanzienlijk. Voor de productie van een zelfde eenheid warmte heeft aardgas 7 % meer primaire energie nodig dan stookolie.

De conclusies van de RDC-studie werden door de Universiteit van Luik op kritische wijze geanalyseerd

  • Het rapport van de Universiteit van Luik toont op basis van deze twee studies aan dat de twee filières gelijkaardige resultaten vertonen en dat de verschillen tussen de filières kleiner zijn dan de onzekerheid van de gegevens. 
  • De overstap van een verwarming op stookolie naar een verwarming op aardgas vermindert de uitstoot van broeikasgas niet
    Over het algemeen zijn de verschillen tussen de twee filières (aardgas/stookolie) niet significant genoeg om één van de twee op basis van het broeikaseffect uit te sluiten of een voorkeur te geven. 
  • Wat aardgas betreft draagt de uitstoot - als gevolg van de stappen die de verbranding vooraf gaan - aanzienlijk bij tot het broeikaseffect.
    In alle scenario’s is de onrechtstreekse uitstoot voor aardgas groter dan voor stookolie. Dit heeft te maken met de methaanlekken tijdens het transport van het aardgas (1/3), maar nog meer met de energie die nodig is voor dit transport (2/3). Er bestaan verschillende mogelijkheden om het aantal lekken, in onder andere Rusland, te beperken, maar de mogelijkheden om de energie-efficiëntie van het transport van aardgas over lange afstand te verbeteren, zijn niet duidelijk.
  • De verdeling in de tijd van de invloed van de uitgestoten broeikasgassen is voor stookolie stabiel en voor aardgas sterker geconcentreerd tijdens de eerste 45 jaar.
    De invloed van de emissies van broeikasgassen voor de filière aardgas is sterker geconcentreerd in de eerste jaren. De gegevens in de Duitse studie liggen lager dan die van de RDC-studie en de tendensen zullen zich waarschijnlijk eerder omkeren.
  • Het gebruik van hoogrendementsketels brengt een aanzienlijk lagere uitstoot van broeikasgassen met zich mee, in tegenstelling tot het veranderen van brandstof.
    Deze bewering blijft waar. Bovendien leidt de vermindering van het energieverbruik tot een vermindering van de uitstoot van broeikasgassen vanaf de ontginning.
  • Er bestaat een grote onzekerheid over sleutelgegevens: de gasverliezen (methaan) van de Russische gasindustrie, in het bijzonder tijdens het transport.
    De minder betrouwbare gegevens die beschikbaar zijn voor de Russische industrie worden in beide studies benadrukt. De transportafstand vanaf de ontginningsplaats tot in België is op dit moment niet goed gekend. De methaanlekken en de uitstoot van CO2 verbonden aan het transport van aardgas zijn echter evenredig met deze transportafstand. Daarom is deze parameter wel degelijk belangrijk en zou hij dan ook zeker goed moeten worden geëvalueerd, zelfs als de meting van transportafstanden in een vermaasd en geïnterconnecteerd net niet evident is.

Globaal en over een periode van 100 jaar is de invloed van de uitstoot van broeikasgas “gemiddeld” identiek voor de filière aardgas en voor de filière stookolie wanneer de hypothesen van de RDC-studie worden gebruikt voor het Russische aardgas. Wanneer de hypothesen van de studie van het ‘Wuppertal Institute’ en ‘Max-Planck-Institute’ worden gebruikt, behaalt de filière aardgas een bijna gelijkaardig resultaat. De studie van de Universiteit van Luik besluit dat de verschillen tussen de filières aardgas en stookolie niet significant genoeg zijn om één van deze twee filières op basis van de uitstoot van broeikasgas uit te sluiten of te bevoordelen.

De verschillende studies kunnen volledig geraadpleegd worden op internet, op de volgende adressen:


vzw Informazout asbl. Rue de la Rosee, 12, 1070 - Bruxelles - Tel: 078 152 150 - Fax: 02 523 97 88 - info@informazout.be
Cedicol asbl. Rue de la Rosee, 12, 1070 - Bruxelles - Tel 02 558 52 20 - Fax: 02 523 97 88